Hierna volgen enkele stellingen die ontleend worden aan de visie die BING heeft op het onderwerp en die van belang zijn voor het onderzoek van BING naar de juistheid van conclusies van de rekenkamer. Na de stellingen die rechtstreeks uit het BING-rapport afkomstig zijn, volgt in vette letters het commentaar van een kritisch lid van de maatschappij.
1. Belangenverstrengeling is een veel voorkomend fenomeen. Elk raadslid heeft verschillende belangen: privé-belang, een buurtbelang, een partij-ideologisch belang. Er is eerst van een onwenselijke belangenverstrengeling sprake indien een persoonlijk belang de objectiviteit van het besluitvormingsproces bij een onderwerp van algemeen belang belemmert dan wel dat de schijn daarvan wordt opgeroepen.
commentaar GK op stelling 1:
Belangenverstrengeling wordt door BING gerelativeerd. Het komt volgens BING vaak voor en is heel normaal. Soms is het minder wenselijk, dat wel. Dit is de eerste relativering van de conclusies van de rekenkamer.
2. Vanwege negatieve lading van het begrip ‘belangenverstrengeling’ in het spraakgebruik enerzijds en vanwege de vele aspecten die van invloed zijn bij een beoordeling van een casus waarin mogelijke verstrengelde belangen een rol spelen anderzijds, concludeert BING niet of zelden met het samenvattend oordeel ‘belangenverstrengeling’. Eventuele strijdigheid met de normen wordt door ons benoemd, met vermelding van de context en de specifieke strijdigheid zoals strijdigheid met bepaalde wetsartikelen of kernbegrippen van integriteit (zorgvuldigheid, onafhankelijkheid, e.d.).
commentaar GK op stelling 2:
Eigenlijk mag een normaal mens niet zo snel van "belangenverstrengeling" spreken. Daar is zoveel nuance, kennis van zaken en begrip van de zaak voor nodig, dat zelfs een gerenomeerd onderzoeksbureau als BING zich niet durft uit te spreken over "belangenverstrengeling". Het gebruik van het woord "belangenverstrengeling wordt door BING tot taboe verklaard.
3. Er bestaat geen vastomlijnd normenkader, geen model dat via een ja/nee benadering leidt tot een eenduidige conclusie of een bepaald gedrag met betrekking tot nevenfuncties of -activiteiten goed of fout is. Het tegendeel is naar onze mening het geval: een dergelijk model leidt eerder tot een kwalitatief slechte dan een goede conclusie.
commentaar GK op stelling 3:
BING raadt het af om te spreken van "goed" of "fout". Er bestaat geen vastomlijnd normenkader, dus volgens BING geldt in Zuidoost blijkbaar de (Nederlandse) wet niet. Je moet maar durven....
4. Het uitvoeren van een vrijwilligerstaak - niet zijnde een onbetaalde functie als penningmeester, secretaris, e.d. - zal in het algemeen niet aangemerkt worden als een meldenswaardige nevenfunctie of nevenactiviteit, maar kan in bepaalde omstandigheden wel de betreffende bepalingen in de Gemeentewet, Awb en gedragscode inzake besluitvorming van toepassing doen zijn.
commentaar GK op stelling 4:
Logisch. Eindelijk een duidelijke stellingname.
5. Niet elke ‘niet melding van een activiteit’ kan derhalve beschouwd worden als een overtreding van de regelgeving.
commentaar GK op stelling 5:
BING zou het onderzoek van de Rekenkamer toch niet overdoen? BING gaat op de stoel van de rekenkamer zitten en meent dat er bij voorbaat in een groot aantal van de gevallen er helemaal geen sprake van een overtreding hoeft te zijn, als je maar genoeg door relativeert.
6. Het is naar onze mening bezwaarlijk het ‘persoonlijke voordeel’ te onderscheiden, laat staan te scheiden, van het ‘persoonlijke belang’. In tegendeel: de term ‘persoonlijk voordeel’ dient naar onze mening vermeden te worden omdat deze term associaties oproept met ‘persoonlijke verrijking’ en ‘oneigenlijke toe-eigening’. In de casus Zuidoost is de term ‘persoonlijk voordeel’ door de media en andere betrokkenen ook als ‘persoonlijke verrijking’ opgevat.
Vooraf - en bij een incident achteraf - dient de aard en omvang van het persoonlijke belang, waar een persoonlijk in geld te meten voordeel een onderdeel van kan zijn, in zijn geheel te worden beoordeeld.
commentaar GK op stelling 6:
Volgens BING is een persoonlijk voordeel niet altijd oneigenlijk, en dus moeten we maar helemaal niet meer spreken van "persoonlijk voordeel". Alweer wordt het gebruik van een woord door BING verboden. Verzachtend taalgebruik. Ambtelijk proza. vergoeilijkend. Relativerend. Het valt wel mee.
7. Het is naar onze mening bezwaarlijk het begrip ‘organisatorisch voordeel’ te hanteren. Het hanteren van het begrip roept mogelijk de suggestie op dat de organisatie door sturing via een raadslid op oneigenlijke wijze een subsidie verkrijgt of tracht te verkrijgen die zij, bij een correcte toepassing van melden/niet stemmen, niet gekregen zouden hebben. Dat een organisatie een voordeel geniet in de vorm van een subsidie is een onderdeel van het persoonlijke belang van een bestuurder.
commentaar GK op stelling 7:
Dit is juist de kern van de zaak. Andre Bohla heeft door zijn raadswerk subsidie bewerkstelligt, die hij als normaal lid van de samenleving niet had gekregen. Maar volgens BING mogen we het daar niet over hebben. Schandalige onder de tapijt veeg-actie!
8. Bij een besluitvorming in de raad waarbij van meet af aan duidelijk is wat de mening is van een overgroot deel van de raad, zou het niet onttrekken aan de beraadslagingen en de stemming wellicht als niet laakbaar kunnen worden gezien.
Het onttrekken aan de besluitvorming is echter van belang:
1. omdat daardoor een overtreding van de wet vermeden wordt;
2. omdat dat een signaal van zorgvuldigheid afgeeft;
3. omdat dat het risico van ‘schijn van gebrek aan onpartijdigheid’ wegneemt;
4. omdat dat de collega-raadsleden niet in verlegenheid brengt: zij dienen immers er voor te waken dat persoonlijke belangen de besluitvorming beïnvloedt.
Als de litigieuze stem geen (enkele) invloed heeft gehad op de uitslag van de stemming kan dat uiteraard wel van invloed zijn bij het bepalen van de sanctie c.q. de politieke consequenties. Als de collega-raadsleden gedogen dat raadsleden zich ten onrechte niet onttrekken aan stemmingen zondigen zij niet alleen tegen art 2:4 Awb maar dan worden zijn als het ware ook ‘medeplichtig’.
commentaar GK op stelling 8:
Mart van de Wiel, Maria Tichelaven en Wim Mos zijn medeplichtig aan de belangenverstrengeling (waar we volgens BING eigenlijk niet meer van mogen spreken) van Egbert Doest, Andre Bohla en Mala Eckhardt. Dit is een vorm van een jij-bak.
9. Bij het kandidaatstellen en bij verkiezing in de raad spelen de partijleiding, de griffier en de ervaren collega’s een belangrijk rol: de kandidaten dienen op de hoogte te worden gebracht van de verschillende spelregels en de grijze gebieden dienen met hun hulp te worden ingekleurd. Een en ander met in stand houding van de eigen verantwoordelijkheid van de kandidaat c.q. het raadslid.
commentaar GK op stelling 9:
Nu blijken in de optiek van BING Ruud Koole, Harry Verzijl en de griffier verantwoordelijk voor de overtredingen van de relatief "onervaren"(sic) Andre Bohla? 13 jaar lidmaatschap en dan nog steeds van niets hoeven te weten? De man heeft zijn hele leven les gegeven aan anderen maar wist zelf van niets? Als het er op aankomt hoeft hij niets te weten?
Laatste reacties